MEREL
Kenmerken:
De mannetjes kleuren zwart, hebben een gele snavel. De vrouwtjes zijn donkerbruin, hebben onderdelen met in elkaar overlopende vlekken en een donkerbruine snavel.

Habitat:
Merels komen overal waar bomen en struiken zijn voor, zelfs in de grote stad. Tegenwoordig komt de merel het meest voor in tuinen, gevolgd door parken en het boerenland. Hij komt het minst voor diep in het bos. Hier is hij overigens veel schuwer.

Voedsel:
De merel trekt het hele jaar door wormen uit de grond en vangt allerlei insecten en andere ongewervelde door ijverig bladafval om te draaien. Hij heeft een gemengd menu. In bepaalde tijden van het jaar vormen de vruchten van meidoorn, hulst, vlier en taxus een belangrijke voedselbron.

Broedperiode:
Het nest is een omvangrijke kom van gras of worteltjes, aaneengehecht met natte bladeren of modder. Het legsel bestaat uit 3-5 lichtgroene, roodbruin gespikkelde eieren.
Brilschans - Merel

|   terug   |