ROODBORSTJE
Zang:   Helder, chaotisch en parelend als een glas champagne: zo zou je de zang van de roodborst kunnen omschrijven. Je hoort geen melodie maar een aaneenschakeling van luide, heldere fluittonen. Het lijkt wat op de zang van de Winterkoning, maar de zang van de roodborst is helderder en mist de voor de Winterkoning karakteristieke triller. Zijn alarmkreet is een luid, doordringend 'tik-tik'.

Kenmerken:   Even groot als een mus, ongeveer 14 cm. Herkenbaar aan oranjerode borst en gezicht, afgezet met grijs. Bovendelen en staart bruin, onderdelen witachtig.

Biotoop:   Broedt talrijk in gevarieerde, bosrijke streken, ook in tuinen en parken. Tijdens de trektijd in allerlei vegetaties.

Voortplanting:   Het nest wordt door het wijfje alleen gebouwd van gras en bladeren en ligt meestal verborgen in een holte, tussen klimop, op of vlak bij de grond in de begroeiing of tussen wortels. Vaak vindt men een nest in een oud schuurtje. Het legsel bestaat meestal uit 5 à 6 eieren, die door het wijfje in 12 à15 dagen worden uitgebroed. De jongen verlaten na circa 2 weken het nest. Indien er snel een tweede legsel volgt, neemt het mannetje de verzorging en het voeren van de eerste jongen voor zijn rekening. Een jonge roodborst is gevlekt en lijkt op een jonge Nachtegaal; zijn staart is echter donkerder en korter.
Brilschans - Roodborstje

|   terug   |