| |
||
Ze kunnen luid schreeuwen waardoor ze de dieren in het bos waarschuwen als er gevaar in aantocht is. Maar in het voorjaar kunnen ze ook heel aardige zangerige geluidjes maken, die men bij het horen eerst vaak niet zo gauw kan thuisbrengen. Herkenning: Rug, buik en borst zijn rozebruin, stuit helder wit, baardstreep zwart en de bekende vleugeldekveertjes lichtblauw met fijne dwarstreepjes. De gevlekte kuif die hij bij irritatie tot een wilde pruik kan opzetten, geeft hem een indrukwekkend uiterlijk. Voedsel: De Vlaamse Gaai wordt beschouwd als de bosbouwer onder de vogels. Deze naam heeft hij te danken aan de eigenschap eikels, beukenootjes en dergelijke te begraven, men zegt als appeltje voor de dorst. Ze kunnen wel zes tot acht eikels tegelijk achter hun wangen verbergen om die op een schikte plek te begraven. Deze vruchten worden lang niet allemaal teruggevonden. Ze krijgen zodoende de gelegenheid te ontkiemen en voor bosverjonging te zorgen. Het bovenstaande is dan enigszins een tegenwicht tegen de slechte naam die de Vlaamse Gaai heeft als rover van eieren en nestjongen van zangvogels. Het voedsel van de Vlaamse Gaai bestaat overigens, naar uit onderzoek is gebleken, voor ruim negentig procent uit insecten. Biotoop: naald- en gemengd bos. |
![]() |