WATERHOEN
Kenmerken:   Een rode snavel en voorhoofd, wat ontbreekt bij het jong. Verder witte onderstaartveren en een witte stip op de flank. De lengte bedraagt 33 cm.

Habitat:   De waterhoen wordt vaak gezien in parken, waar het deftig op het gras langs de vijvers stapt. Een tuinvijver is ook wel in trek en als er genoeg dekking is, kan de waterhoen er zelfs gaan nestelen. Let ook op waterhoentjes in bomen; ze zijn verrassend snel en rusten vaak uit op de takken. Jonge waterhoentjes van het eerste broedsel blijven bij hun ouders en helpen bij het voeden van het tweede legsel.

Voedsel:   De waterhoen eet kleine dieren, zoals wormen, slakken en vis, maar ook diverse bladeren, zaden en bessen. Een twee weken oud waterhoentje kan zijn eigen voedsel vinden, maar krijgt toch nog wat extra van zijn ouders. Wintervoedering: brood en vet op de grond.

Nest:   Het nest wordt gemaakt van twijgen en dood riet, tussen de waterplanten, maar ook wel in heggen of bomen bij of in het water. Het wordt gevoerd met fijnere plantendelen. Het mannetje verzamelt het meeste materiaal. Het vrouwtje bouwt het nest. Als het waterniveau stijgt, wordt het nest opgehoogd om zo de eieren droog te houden.

Broedgegevens:   Maanden april tot augustus - twee tot drie legsels met vijf tot acht donkergestippelde, lichtgele eieren - broedtijd : 21-22 dagen (beide partners) - vliegvlug : na 40-50 dagen, één tot zeven weken later zelfstandig.
Brilschans - Waterhoen
|   terug   |